- 8 oktober 2008 - Volgens Jerry Straub, PVDA gemeenteraadslid in Amsterdam en columnist Allochtonenweblog zijn er concrete aanwijzingen dat patiënten van niet-westerse herkomst een slechtere gezondheid hebben als gevolg van het tekort schieten van zorg. Zo blijkt dat Turken na opname voor hart-en vaatziekten een hogere kans hebben om te overlijden, worden Creoolse Surinamers met een hoge bloeddruk minder goed ‘gecontroleerd’ en is de zuigelingensterfte bij Ghanezen hoog.
Aanwijzingen voor geringere kwaliteit van zorg voor niet-westerse allochtonen blijkt uit het feit dat richtlijnen niet zijn toegesneden op etnische verschillen in epidemiologie. Zo krijgen kinderen van Turkse en Marokkaanse komaf met astma vaker een te lichte medicatie. Bij Hindoestanen komt suikerziekte al op jonge leeftijd voor. Omdat dokters volgens de standaardprocedure pas letten op suikerziekte als je ouder bent dan vijfenveertig jaar blijven Hindoestanen te lang buiten beeld met alle gevolgen van dien.
In Nederland is 10% van de bevolking allochtoon. In de grote steden is dat aandeel aanmerkelijk groter. In Amsterdam is tussen de vijftig en zestig procent van de bevolking allochtoon. Bovendien is er een relatie tussen sociaal-economische positie van mensen en gezondheidsverschillen, ofwel: hoe armer, hoe zieker en hoe rijker, hoe gezonder. Het is een feit dat meer allochtonen in armoede leven dan autochtonen. Dat wil echter niet zeggen dat de financiële situatie van autochtone senioren, werkenden en alleenstaanden met kinderen florissant is, integendeel. Lees hier het voledige artikel