20 december 2009 - Het kabinet betwijfelt sterk of Nederland moet instemmen met het kersverse voorstel van Europa voor een Richtlijn Gelijke Behandeling buiten arbeid. Deze richtlijn bestrijdt discriminatie op letterlijk alle levensterreinen en geldt voor alle groepen die met discriminatie te maken hebben.
Dus ook voor mensen met een handicap. Dat wil zeggen dat de Europese lidstaten als dit voorstel wordt aangenomen stappen moeten zetten om te zorgen dat de samenleving ingesteld raakt op mensen met een handicap.
Op termijn moeten dus alle openbare gebouwen, scholen, bussen, treinen, enzovoort goed toegankelijk zijn. Pin- en andere automaten moeten bruikbaar worden gemaakt voor mensen met alle soorten handicaps en een handicap zal nooit meer een reden mogen zijn om iemand buiten te sluiten. Op zich is het betreurenswaardig dat zo'n richtlijn nodig is. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat deze dingen geregeld worden.
Bovendien zou je zeggen dat die richtlijn prima aansluit bij het beleid van het kabinet. Dat beleid is er immers op gericht om iedereen mee te laten doen in de samenleving. Op papier tenminste. Want ik heb altijd gedacht dat je geld noch moeite wil besparen voor iets dat je belangrijk vindt en daar klopt nu niets van.
In een brief aan de Tweede Kamer zeggen de ministers Donner en Ter Horst dat het kabinet zich het recht voorbehoudt om tegen de richtlijn te stemmen als Nederland vindt dat de juridische en financiële gevolgen onaanvaardbaar zijn. Met andere woorden: het tegengaan van gehandicaptendiscriminatie moet Nederland niet teveel geld en moeite kosten. Dat bleek ook in een recent debat over de nieuwe richtlijn met de Vaste Kamercommissie van Sociale Zaken. In dat debat stelde het kabinet zich heel terughoudend op ten aanzien van richtlijn vanwege het geld dat het zou gaan kosten.
Kennelijk mag discriminatie als het bestrijden ervan teveel geld kost. Als het kabinet dit meent moet het zo flink zijn om te zeggen dat meedoen van gehandicapten in de samenleving geen prioriteit heeft. En dat de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) die gemeenten een compensatieplicht oplegt niets anders is dan een ordinaire bezuinigingsmaatregel. Die compensatieplicht houdt in dat gemeenten maatregelen moeten treffen om iemands handicap zodanig te compenseren dat hij of zij een zo normaal mogelijk leven kan leiden. Nu puntje bij paaltje komt blijkt dat het kabinet dit helemaal niet zo belangrijk vindt. Dit staat volgens mij in schril contrast met wat de 'man en de vrouw in de straat' ervan vinden. Als vrouw met een tamelijk zware lichamelijke handicap ervaar ik dat een groeiend aantal – vooral jonge – mensen in ons land best bereid is om soms een handje te helpen en het de normaalste zaak van de wereld vindt dat mensen met handicaps meedoen in alle facetten van de samenleving.
Nederland heeft dus een kabinet dat én niet waarmaakt wat het zelf verkondigt, én niet weet wat in de samenleving speelt én er geen cent voor over heeft om gehandicaptendiscriminatie tegen te gaan. Zo'n kabinet verdient Nederland niet.
Ik hoop van harte dat de Tweede Kamer hier niet in meegaat en keihard stelt dat Nederland moet instemmen met deze Europese richtlijn. Desnoods moet de Kamer aansturen op een val van dit handicaponvriendelijke kabinet.
Bron: ED.nl | door Yvette den Brok
Yvette den Brok woont in Eindhoven en is onderzoeker en publicist op het gebied van gehandicapten-emancipatie.