15 februari 2011 - De ruime meerderheid van allochtone mbo-scholieren is, ondanks het stigma op hun groep, de relatief hoge schooluitval en werkloosheid, enorm ambitieus. Bovendien zijn ze heel optimistisch over hun kansen. Zij weten dat opleiding en werk hun sleutel is tot een betere toekomst, en zeventig procent geeft aan na de mbo door te willen stromen naar het hbo.
Dat concludeert Kaj van Zenderen (33), die vrijdag bij de Universiteit van Utrecht promoveert. De sociaal wetenschapper hield een onderzoek onder zeshonderd jongeren van 16 tot 25 jaar bij ROC’s in Utrecht en Amsterdam.
Jongeren met een migrantenafkomst zijn zich zeer bewust van hun afkomst en van discriminatie in de samenleving. Ze weten dat hun etnische groep niet populair is. Dat vinden ze uiteraard wel erg, maar ze zijn desondanks strijdlustig en zien hun toekomst positief in,” zegt Van Zenderen. “Nederland beschouwen ze als hún land. Hier willen ze het maken. Jongeren spreken nauwelijks over emigratie naar het land van de ouders.”
Volgens Van Zenderen zijn ze zich zeer bewust van de waarde van een schooldiploma. Driekwart zegt om die reden te willen doorstromen naar een hbo-opleiding. Deze ambitie van de allochtone mbo-scholieren staat op dit moment nog in schril contrast met de realiteit. Ongeveer elf procent van de allochtone jongeren gaat volgens CBS-cijfers voortijdig van school. Daarnaast is 23 procent van de allochtone jeugd werkloos. “Er is dus een groep met flinke problemen”, benadrukt ook Van Zenderen. Enkele oorzaken voor deze ‘uitval’ zijn te vinden in het gebrek aan steun van het thuisfront.