Hirsch Ballin: ‘Artikel 1 beschermt ook godsdienst’

11 november 2009 - Het verbod op discriminatie beschermt ook de vrijheden van godsdienst en levensovertuiging. Het is niet verdraagzaam om datgene wat onlosmakelijk deel uitmaakt van iemands identiteit, te verbannen naar de privésfeer.

 

Dat zei minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie) gisteren in de eerste Gelijke Behandelinglezing. Hij refereerde impliciet aan opvattingen in de samenleving, dat het non-discriminatiebeginsel - artikel 1 van de Grondwet - voorrang moet hebben op bijvoorbeeld de vrijheid van godsdienst. Maar dat is niet de strekking van artikel 1, zei Hirsch Ballin. ,,Het gelijkheidsbeginsel beoogt niet om hetgeen mensen ten diepste eigen is terzijde te schuiven, maar wil juist beschermen tegen achterstelling en benadeling.''

Het fundament onder het discriminatieverbod uit artikel 1 van de Grondwet is de menselijke waardigheid, zo zei Hirsch Ballin op een symposium ter gelegenheid van het vijftienjarig bestaan van de Algemene wet gelijke behandeling. ,,Artikel 1 kan, en moet in mijn ogen dan ook op een positieve manier worden gelezen: niet alleen als een verbod te discrimineren, maar óók als opdracht om de rechtsontwikkeling te richten op wederzijds respect voor ieders persoonlijke waardigheid.'' De minister bepleitte een herwaardering van verscheidenheid, in plaats van het elimineren van verschillen.

 

Wrijvingen

Een andere visie op het gelijkheidsbeginsel is volgens de bewindsman nodig, nu de laatste jaren in het publieke debat de toon verhardt. Hij wees op nieuwe situaties waarin grondrechten botsen, zoals de trouwambtenaar die gewetensbezwaren heeft tegen het homohuwelijk of iemand die vanuit zijn geloofsovertuiging weigert om personen van het andere geslacht de hand te schudden. ,,In een pluriforme, divers samengestelde maatschappij - met uiteenlopende opvattingen, culturen en (religieuze) overtuigingen - zullen er altijd wrijvingen en spanningen zijn.''

 

Bij het omgaan daarmee, moet een democratische samenleving ervoor zorgen dat mensen niet worden uitgesloten vanwege elementen die tot hun identiteit behoren. ,,Het uitsluiten van personen tast immers niet alleen de rechten en vrijheden van die personen aan, maar ondergraaft ook de grondslagen van de democratische rechtsstaat.''

 

Culturele en religieuze verscheidenheid, gecombineerd met tolerantie, kunnen volgens Hirsch Ballin ingrediënten zijn voor een duurzame, krachtige staat. Die tolerantie moet niet ontaarden in onverschilligheid.

 

Onverschilligheid

,,Onverschilligheid maakt een samenleving kwetsbaar voor dreigingen van buitenaf, maar ook voor interne spanningen en voor groepen die geïsoleerd worden of zichzelf afsluiten. Zo'n samenleving, die alleen gebouwd is op het oppervlakkig tolereren van de ander, brengt risico's met zich mee, zoals de multiculturele praktijk liet zien toen die in haar nadagen verworden was tot wederzijdse onverschilligheid.''

 

De komende jaren zal worden gewerkt aan de oprichting van de Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens (NIRM), waarin de Commissie Gelijke Behandeling zal opgaan. Minister Hirsch Ballin vindt dat een belangrijke ontwikkeling, omdat het respect voor wat de menselijke persoon eigen is, de kern vormt van de bescherming van de rechten van de mens.

 

Discriminatie tast mensen aan in hun waardigheid en eigenheid, benadrukte hij. ,,Het discriminatie-verbod beschermt aldus ook vrijheden zoals die van godsdienst en levensovertuiging en de lichamelijke - ook seksuele - integriteit.''

 

 

Bron: Nederlands Dagblad

  • Zoeken

Naar boven