De problematiek rond homoseksualiteit in onze multiculturele samenleving valt grofweg uiteen in drie thema’s:
1. Onbespreekbaarheid van homoseksualiteit in sommige culturele groepen:
2. Geringe tolerantie tegenover homoseksualiteit in sommige bevolkingsgroepen met een van oorsprong niet-Nederlandse achtergrond, en multiculturele spanningen rond (homo)seksualiteit;
3. Knelpunten voor jongeren met homoseksuele, biseksuele, lesbische of transgender gevoelens.
Tolerantie, acceptatie en respect
In veel allochtone gemeenschappen is het thema homoseksualiteit onbespreekbaar. Dat maakt het voor allochtone jongeren bijna onmogelijk de waarden en normen van de eigen gemeenschap te vergelijken en deze te verenigen met de Nederlandse principes van tolerantie, acceptatie en respect. In een omgeving waar niet – of alleen afkeurend – over het thema wordt gesproken, worden jongeren in hun afwijzing van homoseksualiteit bevestigd. Door in navolging van de eigen kring homoseksualiteit te verwerpen, nemen allochtone jongeren afstand van de Nederlandse samenleving. Zo dreigt het thema homoseksualiteit te politiseren: jongeren uit etnische groepen profileren zich op antihomoseksuele standpunten en gedrag, zonder dat zij door de eigen kring (en bijvoorbeeld hun ouders) worden teruggefloten met een beroep op principes van tolerantie, acceptatie en respect.
Geringe tolerantie tegenover homoseksualiteit
De rechtspositie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen is de laatste jaren verbeterd. Desondanks is er een tendens te bespeuren waarin een (gevoel van) afnemende tolerantie waarneembaar is. Cijfermateriaal over het taboe op homoseksualiteit onder diverse culturele groepen is slechts zeer summier beschikbaar. Het taboe zelf maakt het moeilijk statistisch materiaal te verzamelen over de perceptie hiervan.
Tolerantie is nog geen acceptatie In het in 1997 uitgevoerde onderzoek ‘Hoe roze is Amsterdam?’ van Korf en Jorna bleek dat de houding van allochtone groepen burgers tegenover van homoseksualiteit soms zeer negatief kan zijn. Uit het meer recente onderzoek ‘Gewoon Doen’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) van september 2006, blijkt daarentegen dat vrijwel de gehele Nederlandse bevolking tot op zekere hoogte van mening is dat homoseksuelen hun leven moeten kunnen leiden zoals zij dat willen. Een meerderheid van de allochtonen deelt overigens die mening. Een opvallende uitzondering is de kleine groep zeer godsdienstige Nederlanders; zij wijzen in grote meerderheid homoseksualiteit af.
Maar ditzelfde onderzoek laat zien dat tolerantie zeker niet hetzelfde is als acceptatie. Zo is 22 procent van de bevolking erop tegen dat het burgerlijk huwelijk is opengesteld voor homoseksuelen. Onder Turken en Marokkanen ligt dit percentage respectievelijk op 55 en 48 procent en onder Antilianen op Surinamers op 36 en 22 procent. Voor autochtonen ligt dit percentage op 9 procent. Ook ten aanzien van adoptie door homoseksuelen heeft eenderde van alle ondervraagden bezwaar tegen gelijke rechten. En men vindt dat homoseksuelen weliswaar voor hun seksuele voorkeur uit mogen komen, maar zich in de openbare ruimte ‘zo gewoon mogelijk’ dienen te gedragen. Uit een grootschalig landelijk onderzoek naar jongeren en seksualiteit in 2005 (De Graaf et al., 2005) blijkt dat jongeren zich in algemene zin nogal negatief uiten als het gaat om homoseksualiteit.
De Rotterdamse Jeugd Monitor (oktober 2005) onder scholieren de Maasstad laat zien dat de tolerantie tegenover homoseksualiteit bij Nederlandse jongeren ten opzichte van 2002 toeneemt, en bij Turkse en Marokkaanse jongeren afneemt. Opvallend is dat meisjes uit alle groepen toleranter zijn dan jongens.
Weinig zicht op homohaat
In de media is veel aandacht voor incidenten die duiden op homohaat: vijandigheid op scholen, scheldpartijen of fysiek geweld, uitspraken van religieuze leiders en bedreiging door hangjongeren op straat. Het gaat daarbij vaak om allochtone jongeren in ‘zwarte’ wijken. Er is amper onderzoek gedaan naar de feitelijke toename van geweld ten aanzien van homoseksuelen. Maar de genoemde incidenten dragen hoe dan ook bij aan het toenemende gevoel van onveiligheid.
Er is beperkt cijfermateriaal voorhanden over het verband tussen de komst van migranten naar ons land en de invloed daarvan op het tolerantieniveau ten opzichte van homoseksualiteit.
Toch wordt er vaak verwezen naar de cultuur en religie van groepen uit etnische minderheden, die in veel gevallen homoseksualiteit afwijst. Men wijst met name naar de sterk afwerende reactie uit islamitische kring. Het is niet geheel duidelijk of we hier werkelijk te maken hebben met een algehele trend naar geringere tolerantie, of dat er sprake is van een vertekende beeldvorming. Een van de conclusies van de SCPonderzoekers luidt dat er op dit terrein een grootschalig, specifiek onderzoek gedaan zou moeten worden onder etnische minderheden.
Knelpunten voor allochtone jongeren
Het ontdekken van homoseksuele, lesbische of transgender gevoelens roept bij vrijwel iedereen vragen en verwarring op. Wat betekent het voor je identiteit en voor je verwachtingen van het leven? Dat speelt sterker voor mensen uit etnische minderheidsgroepen vanwege de rol van cultuur en religie, die homoseksualiteit in de taboesfeer zet. Bijvoorbeeld bij culturen die gebaseerd zijn op de Islam of het Hindoeïsme.
Gemeenschappen van etnische minderheden zijn vaak groepsgericht, en eer en schande zijn er centrale thema’s. Het is in veel gevallen een schande voor de familie wanneer een zoon of dochter homoseksuele of lesbische gevoelens heeft, en al helemaal als hij of zij daar uiting aan geeft. Deze jongeren kunnen binnen hun gemeenschap niet veel kanten op.
Drieledige problematiek
De problemen die dit met zich meebrengt zijn drieledig. Allereerst hebben de betreffende jongeren te maken met een innerlijk conflict tussen hun homoseksuele gevoelens en de loyaliteit naar familie en religie. Als allochtone holebi’s geen vorm kunnen geven aan hun gevoel, kan dat leiden tot een reeks van psychische en somatische problemen (isolement, parasuïcide, drop-out, onveilig gedrag, ongewenste zwangerschappen en dergelijke). Maar als zij wél vormgeven aan hun gevoel, kunnen problemen ontstaan met hun omgeving die deze keuze niet accepteert, hetgeen vervolgens weer psychische problemen kan veroorzaken.
Ten tweede stuiten allochtone holebi’s op een hogere drempel naar hun eigen sociale omgeving. Dat levert soms psychische problemen op, maar kan ook leiden tot een opeenstapeling van praktische problemen rond bijvoorbeeld huisvesting, problemen met familie en moeizaam contact met lotgenoten. Op de derde plaats krijgt deze groep te maken met de moeilijke toegankelijkheid van ‘witte’ hulpverleningsinstanties als maatschappelijk werk en - opvang, bureaus jeugdzorg en lokale welzijnsvoorzieningen. Daar is op dit moment nog een gebrek aan expertise rond de problematiek van deze groep. De gewenste deskundigheid is een combinatie van homovriendelijke en transculturele hulpverlening: ondersteunend, maar met aandacht voor de collectief ingestelde culturele achtergrond van allochtone holebi’s. Er zijn weinig veilige ‘gewone’ ontmoetingsmogelijkheden waar meer herkenning en erkenning kan ontstaan, of waar mantelzorg en zogeheten nuldelijnsopvang zou kunnen plaatsvinden. In enkele steden is er sprake van allochtone zelforganisaties die ondersteuning krijgen vanuit de bestaande, lokale holebi-infrastructuur.
Is discriminatie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen in strijd met de wet ?
Ja, want sinds 1994 is er de Algemene Wet Gelijke Behandeling waarin ongelijke behandeling op grond van seksuele gerichtheid is verboden op de volgende terreinen:
- bij de arbeid (van werving en selectie tot en met ontslag)
- bij vrije beroepen
- bij het geven van advies over school- en beroepskeuze
- bij het aanbieden van en het verlenen van toegang tot goederen en diensten
Arbeid:
Een werkgever mag geen onderscheid maken tussen werknemers bij arbeidsvoorwaarden, (salaris, pensioen) arbeidsomstandigheden, kinderopvangregeling, kledingvergoeding, of het volgen van cursussen. De werkgever is verplicht een werknemer te beschermen tegen discriminatie op de werkvloer. Laat een werkgever na om een klacht over discriminatie adequaat aan te pakken, dan kan dit betekenen dat hij in strijd handelt met de wet.
Bij vrije beroepen (advocaat, arts, notaris etc.):
Ook in de vrije beroepen mag geen onderscheid gemaakt worden op grond van seksuele gerichtheid.
Bij het geven van advies over school- of beroepskeuze:
Bij het geven van advies over school- of beroepskeuze mag de adviseur geen onderscheid maken naar seksuele gerichtheid.
Bij het aanbieden van en het verlenen van toegang tot goederen en diensten:
Het is bijvoorbeeld verboden aan lesbische paren een ivf-behandeling te weigeren of als pedicure te weigeren een homoseksuele man te behandelen. In hoeverre een organisatie of onderneming verantwoordelijk is voor de discriminatoire bejegening hangt af van de omstandigheden. Zo heeft de Commissie Gelijke Behandeling in één van haar oordelen vastgesteld dat een reisorganisatie of hotel op grond van de wet verplicht is zorg te dragen voor een discriminatie- en intimidatievrije sfeer voor de reizigers. Of een organisatie in een concreet geval onzorgvuldig heeft gehandeld hangt af van de omstandigheden. Ook hierbij speelt de wijze van klachtafhandeling een grote rol.
Is discriminatie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen in strijd met de wet ?
Ja, in de artikelen 137 c t/m f en 429 quater van het wetboek van strafrecht zijn bepalingen opgenomen die discriminatie op grond van seksuele gerichtheid strafbaar stellen. Zo is het strafbaar je opzettelijk beledigend uit te laten over een groep mensen wegens hun seksuele gerichtheid en in het openbaar aan te zetten tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden wegens hun homoseksuele gerichtheid (137c en d Wetboek van Strafrecht). Ook is het niet toegestaan iemand te discrimineren in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf.
Wanneer is het nu de moeite waard iets te ondernemen tegen discriminatie ?
Dat hangt natuurlijk erg af van je eigen inschatting. Was het gedrag van de ander acceptabel of verklaarbaar ? Was het voorval voor jou belangrijk of kan het voor anderen wat uitmaken ? Je zult zelf een inschatting moeten maken of advies aan bijvoorbeeld RADAR vragen wat de consequenties en/of mogelijkheden zijn.
Op het werk
- Zeg tegen degene die je beledigt, uitscheldt of bedreigt dat hij moet stoppen
Hou daar mee op
Ik vind het niet leuk wat je doet
Ik vind het niet grappig wat je doet/zegt
- Houdt het niet op, meld je directe chef wat er gebeurd is
- Is er een gedragscode ongewenst gedrag binnen het bedrijf waar een beroep op kan worden gedaan
- Is er een klachtenregeling
- Komt er geen verandering in, ga dan op zoek naar iemand bij bijvoorbeeld de vakbond of een vertrouwenspersoon binnen de organisatie
- Ook is het mogelijk een oordeel te vragen aan de Commissie Gelijke Behandeling. Een werkgever is
namelijk verplicht te zorgen voor een discriminatievrije werkomgeving.
- Civiele procedure bij de rechter
Op straat
- Zeg tegen degene die je beledigt, uitscheldt of bedreigt dat hij moet stoppen
Hou daar mee op
Ik vind het niet leuk wat je doet
Ik vind het niet grappig wat je doet/zegt
- Van discriminatoire uitlatingen kan aangifte gedaan worden bij de politie ogv artikel 137c Wetboek
van Strafrecht. Bij vervolging kan de dader een boete krijgen.
Bij een dienstverlener (woningbouwvereniging, gezondheidszorg)
Uitlatingen
- Zeg tegen de betrokkene dat het je niet bevalt zoals je behandeld
wordt
- Bel met een teamleider of direct leidinggevende
- Informeer naar een klachtenregeling of klachtencommissie bij de organisatie en dien daar een klacht in
- Als het gaat om het weigeren van een bepaalde dienst kan ook een oordeel worden gevraagd aan de Commissie Gelijke Behandeling www.cgb.nl
- Ook kan aangifte worden gedaan bij de politie ogv art. 137g of 429 quater Wetboek van Strafrecht
Weigering toegang bij het uitgaan
- Vraag de portier naar de reden van weigering. Zijn er huisregels en hangen die zichtbaar aan de deur
- In Rotterdam is er een Panel Deurbeleid. Daar kun je binnen een week een klacht neerleggen.
- Er volgt eerst een gesprek met de horecaondernemer op diens spreekuur.
- Vraag om een toetsing van de weigering door het Panel Deurbeleid
- Doe aangifte bij de politie op grond van artikel 137 g of 429 quater.
Iedereen die meer wil weten over RADAR of vragen heeft kan contact opnemen met ons bureau. Als u van plan bent om een klacht in te dienen kunt u bellen of online een klacht indienen. U kunt dan een afspraak maken voor een gesprek. Zo weet u zeker dat een medewerker tijd heeft om u te ontvangen en uw vragen te beantwoorden.