26 januari 2010 - De Commissie Gelijke Behandeling deed gisteren uitspraak in een zaak die RADAR namens een cliënt had voorgelegd. (oordeel 2010-10) Het betrof de afwijzing van een man voor de functie van hoor- en beslismedewerker bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), omdat hij om godsdienstige redenen een baard draagt. RADAR heeft de zaak besproken met de cliënt. Deze was erg blij met de uitspraak, omdat hij van mening is dat hij de functie bij de IND prima zou kunnen vervullen. Hij hoopt dat de IND haar gedragscode laat toetsen door de CGB en aan zal passen aan de antidiscriminatie wetgeving.
De baard van de man is ongeveer een centimeter lang en zou, in combinatie met het Arabische uiterlijk van de man, voor sommige asielzoekers gevoelens van onveiligheid op kunnen roepen. De IND baseerde zich daarbij op niet-onderzochte veronderstellingen over wat voor een asielzoeker mogelijk intimiderend zou zijn. De Commissie oordeelde dat de IND hiermee handelt in strijd met de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) die onderscheid op grond van onder meer ras en godsdienstige uitingen verbiedt.
De IND voert een beleid dat erop is gericht om asielzoekers in een veilige en neutrale omgeving te kunnen horen. Hierbij stelt de IND eisen aan hoor- en beslismedewerkers, die soms tot verboden onderscheid leiden. Dat concludeert de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) op basis van aan haar voorgelegde zaken.
In een eerdere zaak (oordeel 2007-195) handelde de IND eveneens in strijd met de AWGB door een sollicitante vanwege haar hoofddoek af te wijzen voor de functie van hoor- en beslismedewerker. Naar aanleiding van deze zaak werkt de IND momenteel aan een gedragscode voor hoor- en beslismedewerkers, waarin onder meer het zichtbaar dragen van politieke en religieuze uitingen wordt verboden.
In beide aan de CGB voorgelegde zaken wringt het handelen van de IND met de gelijkebehandelingswetgeving. Het dreigt groepen categorisch uit te sluiten voor bepaalde functies louter op basis van uiterlijke kenmerken en subjectieve veronderstellingen over gevoelens van veiligheid bij asielzoekers. Ter zitting kondigde de IND aan dat ook iemands zichtbare afkomst in de toekomst een reden kan zijn om een sollicitant niet als hoormedewerker aan te nemen. De IND noemde daarbij het voorbeeld van een sollicitant van Ethiopische afkomst die zou kunnen worden afgewezen, om zo een veilige hooromgeving voor Somalische asielzoekers te verzekeren. Hierin schuilt het risico van uitsluiting niet alleen op grond van godsdienst, maar ook op grond van andere discriminatiegronden, zoals bijvoorbeeld ras of nationaliteit.