Oordeelnummer 2010-156 Samenvatting
Een werkneemster met de ziekte van Crohn werkt als planner bij een bedrijf in de land- en tuinbouwsector. De werkgever is op de hoogte van haar chronische ziekte. De werkneemster heeft twee keer een contract voor een jaar gekregen. In het tweede jaar dat zij bij het bedrijf werkzaam is, ondergaat zij vanwege haar chronische ziekte een operatie. Na deze operatie is zij weer gaan werken. De werkgever heeft vervolgens aan haar meegedeeld dat hij geen nieuwe arbeidsovereenkomst met haar aangaat. Per e-mail heeft zij haar leidinggevende gevraagd naar de reden om haar arbeidsovereenkomst niet te verlengen. In zijn reactie verwijst de leidinggevende naar de chronische ziekte van de werkneemster. Zo schrijft hij dat het aanblijven van de werkneemster een te groot risico in de continuïteit van de organisatie vormt, omdat zij niet goed voor haar gezondheid zorgt. De werkneemster meent dan ook dat de werkgever geen nieuwe arbeidsovereenkomst met haar is aangegaan vanwege haar chronische ziekte.
De werkgever stelt dat zij geen nieuwe arbeidsovereenkomst met de werkneemster is aangegaan wegens bedrijfseconomische redenen. Vanwege het verlies van een grote klant was hij genoodzaakt om tot personeelsreductie over te gaan. In het kader daarvan heeft hij besloten de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd niet te verlengen. Alleen werknemers die een sleutelfunctie bekleden krijgen een verlenging van hun arbeidsovereenkomst. Voorts voert de werkgever aan dat de e-mail op persoonlijke titel van de leidinggevende is geschreven. Hij heeft de leidinggevende hierop aangesproken en benadrukt dat dit in strijd is met het beleid van het bedrijf.
De Commissie oordeelt dat de e-mail samen met het feit dat de werkneemster een chronische ziekte heeft, dat de werkgever daarvan op de hoogte was en dat haar arbeidsovereenkomst niet is verlengd, feiten zijn die kunnen doen vermoeden dat de chronische ziekte van de werkneemster (mede) een rol heeft gespeeld bij het besluit van de werkgever om met haar geen nieuwe arbeidsovereenkomst aan te gaan. Het verweer dat de e-mail is geschreven op persoonlijke titel kan niet slagen, nu handelingen van leidinggevenden en werknemers voor risico van de werkgever komen.
De Commissie oordeelt dat het bedrijf er niet in geslaagd is om te bewijzen dat de chronische ziekte niet (mede) een rol heeft gespeeld bij de beslissing om haar geen nieuwe arbeidsovereenkomst aan te gaan. De werkgever was weliswaar genoodzaakt om over te gaan tot personeelsreductie, maar hij heeft geen heldere criteria op grond waarvan besloten wordt wiens contract al dan niet verlengd wordt. Onduidelijk is waarom de werkgever besloten heeft om van de vier planners juist met de werkneemster geen nieuwe arbeidsovereenkomst aan te gaan.
De Commissie oordeelt dat de werkgever verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt.
Lees: het gehele oordeel
home

Discriminatie
Pagina doorsturen