23 juni 2010 - Voormalige rechtsextremisten kunnen helpen bij het deradicaliseren van mensen die in extreemrechtse bewegingen zitten. Dat concluderen onderzoekers van de Anne Frank Stichting na gesprekken met twaalf voormalige rechtsextremisten.
De twaalf mannen en vrouwen zeggen dat vroegere geestverwanten het meest succesvol kunnen zijn bij het beïnvloeden van het denkproces. Dat zou vooral werken als zij vertellen over hun eigen negatieve ervaringen met bijvoorbeeld geweld of gevangenisstraf.
Ineke van der Valk, een van de onderzoekers, denkt dat deze informatie van belang kan zijn voor instanties die lokaal met het probleem te maken hebben, zoals school, jeugdzorg en politie.
Belangrijk is het moment van ingrijpen. De beste kans van slagen ligt in de beginfase van het radicaliseringsproces. Maar ook later, als de twijfel heeft toegeslagen, kan hulp van ex-gelijkgestemden het zetje in de juiste richting geven.
Ervaringen met geweld spelen een grote rol bij het toetreden tot rechts-extremistische bewegingen. Geweld van allochtonen blijkt, in combinatie met bestaande vooroordelen, soms aanleiding om aansluiting te zoeken bij extreem rechtse organisaties. Later doen leden van de harde kern zelf mee aan ernstige vormen van geweld tegen minderheden en politieke tegenstanders.
De twaalf ondervraagde jonge volwassenen waren zelf langer actief in de harde kern. Zij zijn benaderd via de al langer lopende Monitor Racisme & Extremisme, waarbinnen dit onderzoek valt. Behalve de Anne Frank Stichting doet ook de Universiteit Leiden mee.
Volgens Van der Valk hebben een paar jongeren zichzelf aangemeld omdat ze iets goed wilden maken tegenover de samenleving en hopen dat ze anderen van een misstap kunnen weerhouden.
Lees hieronder alles over dit onderzoek.
Ebook "In en uit Extreemrechts"