22-04-2009 - De non-discriminatiegrond leeftijd levert sinds de invoering in 2004 een belangrijk deel
van het werk van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Het draagvlak voor deze wetgeving is in
de loop der jaren toegenomen en de leeftijdsoordelen en –adviezen worden tegenwoordig bijna altijd opgevolgd. Dat blijkt uit de evaluatie van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL) die vandaag wordt aangeboden aan Piet Hein Donner, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De aanvankelijke scepsis bij invoering van de WGBL is na 360 oordelen en 13 adviezen van de CGB veranderd in een overwegend positieve houding van werkgevers en werknemers. Zo werd in 2008 92% van de leeftijdsoordelen opgevolgd door de betreffende werkgevers.
In de vijf jaar dat de CGB met de WGBL werkt, zijn veel van de oorspronkelijke onduidelijkheden over deze specifieke non-discriminatiegrond weggenomen. Een voorbeeld daarvan is het advies over Seniorenregelingen als onderdeel van leeftijds(fase)bewust personeelsbeleid (2006-04) dat recent verder is uitgewerkt in een advies over de toetsing van deze regelingen (2008-03).
Naast de geboekte resultaten, zijn er ook nog aandachtspunten. Bijvoorbeeld het vastleggen door sociale partners van het doel van eventuele leeftijdsgrenzen in een cao. Daarnaast wijst de CGB op de wenselijkheid van duidelijke afspraken tussen werkgevers en intermediairs over benodigde kwaliteiten en competenties van te werven personeel in plaats van sec te kiezen op leeftijden. Verder is in een samenleving waarin mensen langer actief blijven, zorgvuldigheid geboden bij het beëindigen van arbeidsrelaties of vrijwilligerscontracten. Oók van mensen boven de 65.