Meer dan 3000 mensen hebben bij Anti Discriminatie Bureaus een klacht ingediend over het discriminerende karakter van het zogenoemde Polenmeldpunt van de PVV van Geert Wilders.
Mensen laten weten dat ze het meldpunt discriminerend vinden en dat het een klimaat van wantrouwen creëert tussen mensen uit Midden- en Oost-Europa en de Nederlandse bevolking. Ook spreken mensen hun zorgen uit over hun toekomst in Nederland.
Het is opvallend dat de protesten niet alleen komen van mensen uit Midden- en Oost-Europa, maar dat veel Nederlanders ook laten weten dat ze verontwaardigd zijn over het stigmatiserende en discriminerende karakter van het meldpunt. In de meeste reacties wordt gevraagd om actie te ondernemen en de website te laten verwijderen.
PVV meldpunt beledigend en stigmatiserend
Het meldpunt dat de PVV heeft ingesteld om mensen in de gelegenheid te stellen klachten te melden over overlast door Moe-landers en over verdringing op de arbeidsmarkt, is volgens RADAR beledigend en stigmatiserend. Deze manier om klachten te verzamelen over een bepaalde groep zet een hele groep mensen in een kwaad daglicht en is vooral stemmingmakerij, haatzaaien.
Uit divers onderzoek zoals onderstaand beschreven weten we genoeg over de situatie van Moe-landers om maatregelen te treffen. Die maatregelen moeten vooral getroffen worden door gemeenten en werkgevers. Dat gebeurt niet overal voortvarend en daar mag best wat meer aan gedaan worden.
Om op deze wijze een hele groep in een kwaad daglicht te stellen gaat veel te ver. Zo wordt niet gewerkt aan oplossingen, maar worden mensen tegen elkaar opgezet.
RADAR bespreekt op landelijk niveau met andere ADB’s welke actie ondernomen kan worden tegen dit PVV-initiatief.
Achtergronden
In september bracht het Sociaal Cultureel Planbureau [1]een rapport uit over de positie van Poolse migranten in Nederland. De conclusie was dat met name de positie van jonge, laagopgeleide Polen in Nederland slecht is. De werkloosheid onder Poolse jongeren is hoog, ze hebben weinig contact met autochtonen en voelen zich niet thuis in Nederland. Polen doen het wel beter dan groet groepen niet-westerse allochtonen. Een fors deel van de Polen heeft een taalcursus gevolgd.
De woonsituatie van tijdelijke Poolse arbeidsmigranten laat te wensen over terwijl zelfstandig wonende Polen redelijk goed is. Een derde van de Polen zegt ervaring te hebben met discriminatie.
De Erasmus Universiteit[2] deed onderzoek naar de arbeidsmigratie vanuit Polen, Bulgarije en Roemenie. In november 2011 werd dit rapport gepresenteerd. Belangrijkste conclusie is dat de arbeidsmigratiepatronen binnen de groep zeer divers is.
De onderzoekers onderscheiden 4 groepen, de footloose migranten (40 %). Zij zijn kort in Nederland, is laag opgeleid en heeft een zwakke arbeidsmarktpositie. De groep bestaat grotendeels uit Bulgaren. Een kwart zijn tijdelijke arbeidsmigranten, ze verblijven kort in Nederland en zijn laaggeschoold. Ze sturen een groot deel van hun inkomen naar het herkomstland. Het gaat hier met name om Roemenen.
De derde groep zijn de hoogopgeleide arbeidsmigranten (13 %) en de vestigingsmigranten (22 %). De laatste groep zijn voornamelijk Polen.
De verschillende migratiepatronen leiden tot verschillende integratiepatronen. Het integratiebeleid dient daarmee rekening te houden, de ene categorie is vooral gebaat met adequate, tijdelijke huisvesting en het tegengaan van uitbuiting in de sfeer van huisvesting en werk, terwijl voor andere groepen juist inburgeringsprogramma’s of terugkeerprogramma’s nodig zijn. Veel arbeidsmigranten integreren overigens geheel op eigen kracht. De overgrote meerderheid heeft betaald werk.
Het antidiscriminatie bureau Haaglanden/ Midden-Nederland bracht al in 2009 een factsheet[3] uit
over de positie van Polen in hun werkgebied. Zij concluderen dat vanuit de media en het maatschappelijk veld steeds meer signalen het Bureau Discriminatiezaken bereiken dat er veel vooroordelen over Polen bestaan en dat zij regelmatig te maken hebben met negatieve bejegening.
Ook worden Polen steeds vaker genoemd als ‘probleemgroep’. Als dit leidt tot meer discriminatie, is dit echter niet terug te zien in de klachten die het Bureau Discriminatiezaken bereiken. Met name de gezinshereniging dwingt de politiek echter om structurele voorzieningen te gaan treffen voor deze ‘nieuwe nieuwkomers’. Arbeid en huisvesting vormen daarbij twee belangrijke speerpunten.
Maar ook verbetering van de beeldvorming over Poolse arbeidsmigranten aan de ene kant en het emanciperen van deze nieuwe groep in de Nederlandse maatschappij anderzijds zijn noodzakelijk, ook gelet op het belang van deze groep als arbeidskrachten.
RADAR herkent deze signalen. Er wordt veel geklaagd over “Polen” , ook ondervinden Polen negatieve bejegening. RADAR kiest ervoor om mensen beter te informeren over hun rechten en mogelijkheden in Nederland. Tegelijkertijd is het belangrijk gemeenten, politie en andere betrokkenen daadwerkelijke overlast aanpakken.
Uit de onderzoeken blijkt dat een kleine groep van tijdelijke arbeidskrachten, die slecht gehuisvest wordt voor overlast zorgt. Het ligt dan met name op de weg van werkgevers om hier maatregelen te nemen en de gemeenten om maatregelen te nemen tegen huisjesmelkers en anderen die geld verdienen aan het tewerk stellen van Poolse werknemers.
RADAR, 10 februari 2012