School mag homodocent weren

9 juni 2009 - Het moet mogelijk blijven voor christelijke scholen om praktiserende homoseksuele docenten te weren, als hun gedrag in strijd is met de grondslag.

 

Juist het bijzonder onderwijs heeft op basis van Europese regels een grote vrijheid om beroeps-vereisten' te stellen, schrijft de Raad van State in een nog vertrouwelijk advies aan het kabinet. De eisen die scholen formuleren, mogen volgens het belangrijkste adviesorgaan van de regering niet leiden tot discriminatie. Daarom zijn specifieke eisen wat betreft gedragingen in of buiten de school uitsluitend toegestaan wanneer 'deze voldoende kunnen worden herleid tot de godsdienst/ levens-beschouwing die de grondslag van de instelling vormt'.

 

Door het gebruik van deze nieuwe formulering kan volgens de Raad van State de zogenaamde

'enkele-feit-constructie' vervallen. Nu is het nog zo dat iemand niet vanwege het 'enkele feit' van seksuele gerichtheid mag worden geweerd, waaronder ook een relatie of samenwonen worden begrepen. Er moet sprake zijn van 'bijkomende omstandigheden' als iemand wordt afgewezen of ontslagen. In de vijftien jaar waarin de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) van kracht is, is echter - mede vanwege het zeer kleine aantal concrete zaken - nooit duidelijk geworden waar de

 grens tussen het 'enkele feit' en 'bijkomende omstandigheden' ligt. Wel leidt deze formulering

telkens tot verwarring en verhitte politieke debatten.

 

Het kabinet heeft mede daarom afgelopen jaar de Raad van State advies gevraagd, om te bezien

of de 'enkele-feit-constructie' kan worden geschrapt. Dat kan, zegt de Raad van State nu. Het adviesorgaan stelt voor om artikel 5 van de Awgb te vervangen. Het anti-discriminatiebeginsel blijft voluit overeind, maar godsdienstige en levensbeschouwelijke instellingen mogen wat de Raad van

State betreft onder strikte voorwaarden specifieke eisen stellen. Deze moeten 'wezenlijk, legitiem

en gerechtvaardigd' zijn met het oog op 'een houding van goede trouw en loyaliteit' aan de

godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag.

 

Christelijke scholen en instellingen hebben bovendien 'een grote vrijheid' bij het vaststellen van het

doel dat scholen met de eisen willen bereiken. Doorslaggevend is dat de eigen regels consequent worden toegepast.

 

In het voorstel van de Raad van State voor een nieuw artikel 5 van de Awgb, krijgen scholen wat

meer ruimte dan andere levensbeschouwelijke organisaties (bijvoorbeeld zorginstellingen).

De Raad van State haalt hiervoor Europese regels aan. In belangrijke EU-verdragen is de eerbiediging voor de inhoud en opzet van het onderwijs in de lidstaten geregeld. Uit deze verdragen leidt de Raad van State af dat EU-lidstaten - zoals Nederland - aan 'confessionele onderwijsinstellingen' ruimere vrijheden mogen geven dan aan andere levensbeschouwelijke organisaties. Dit verschil wordt gemaakt omdat juist in het onderwijs de overdracht van 'identiteitsbepalende normen en waarden' plaatsvindt.

 

Het advies van de Raad van State ligt op dit moment bij het kabinet. Het is nog niet bekend wanneer

de regering met een reactie op het advies komt.

 

 

Bron: Het Nederlands Dagblad

  • Zoeken

Naar boven