10 mei 2007 - P&O Actueel
Hoewel er grote vooruitgang is geboekt in de strijd tegen discriminatie op het werk, is iemands geslacht, ras en geloof nog altijd bepalend voor de manier waarop hij op zijn werk wordt behandeld. Vooral vrouwen krijgen te maken met discriminatie.
Gehandicapten, homoseksuelen en mensen met een aidsbesmetting worden op andere, subtielere manieren gediscrimineerd dan voorheen. Dat staat in een donderdag verschenen rapport van de arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties, de ILO.
'Het is frappant om te zien hoe overal in de wereld, onafhankelijk van hoe rijk of arm een land is of welk politiek systeem het heeft, discriminatie voorkomt', zegt de auteur van het rapport, Manuela Tomei. 'Discrimineren is mensen eigen, maar kan toch niet langer worden geaccepteerd door de samenleving.'
Lager salaris
Vrouwen werken overal in de wereld steeds meer, maar hebben nog steeds een lager salaris dan mannen. In Nederland verdienen fabrieksarbeidsters gemiddeld nog geen 80 procent van het salaris van mannen. Het zogenoemde glazen plafond verhindert dat vrouwen topfuncties krijgen en in parlementen en landsbesturen zijn ze nog altijd sterk ondervertegenwoordigd. Werkgevers vragen nog vaak aan vrouwelijke sollicitanten of ze een kinderwens hebben, hoewel dit in veel landen niet mag.
Wereldwijd zijn meer vrouwen gaan werken (56,6 procent), met name dankzij de toegenomen parttime mogelijkheden. Internationaal zijn parttime banen vaak alleen te vinden in beroepen met een lage status. Nederland vormt hier een uitzondering op. Door de Wet aanpassing arbeidsduur is in ons land parttime werk mogelijk in alle sectoren en beroepen.