5 vragen over...

Het gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding

 

1. Wat houdt het verbod precies in?

De ‘Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ houdt in dat mensen niet met gezichtsbedekkende kleding het openbaar vervoer, onderwijsinstellingen, zorginstellingen of overheidsgebouwen mogen betreden. Onder gezichtsbedekkende kleding wordt het volgende verstaan: “kleding die het gezicht geheel bedekt of waarbij alleen de ogen zichtbaar zijn”. Het gaat dan bijvoorbeeld om integraalhelmen, bivakmutsen, boerka’s of nikabs.

 

De overheid benadrukt dat in Nederland iedereen het recht heeft om zich te kleden zoals diegene wil, ongeacht wat anderen daarvan vinden. Alleen in bepaalde situaties, zoals in genoemde gebouwen en het openbaar vervoer, is het van belang dat mensen elkaar kunnen aankijken en herkennen.

 

Wanneer iemand met gezichtsbedekkende kleding het openbaar vervoer, overheidsgebouwen of zorg- of onderwijsinstellingen betreedt, kan diegene door een medewerker worden verzocht de gezichtsbedekkende kleding af te doen of de ruimte te verlaten. Als dit niet gebeurt, zou hulp van de politie gevraagd kunnen worden en zou een boete gegeven kunnen worden.

 

Meer informatie over de wet vind je op rijksoverheid.nl

 

2. Kun je stellen dat de wet discriminerend uitwerkt?

 

Het is niet met zekerheid te stellen of de wet discriminerend uitwerkt op grond van godsdienst of geslacht. Hiervoor is namelijk een uitspraak nodig van een oordelende instantie. Het College voor de Rechten van de Mens kan zich hier echter niet over uitlaten, aangezien het eenzijdig overheidshandelen betreft.

Om te bepalen of de wet discriminerend is, zou een civiele procedure op basis van artikel 1 van de grondwet tegen de Staat gestart kunnen worden. Een rechter zou dan kunnen beoordelen of de Staat onrechtmatig handelt. Als alle juridische paden in Nederland bewandeld zijn, is het ook mogelijk de kwestie voor te leggen aan het Europese Hof van Justitie of het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

 

3. Wat vindt RADAR er verder van?

RADAR betreurt het feit dat in de discussie over de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding de nadruk wordt gelegd op boerka’s en nikabs, terwijl de wet ook geldt voor items als bivakmutsen en integraalhelmen. Kortom, gevallen waarbij het gehele gezicht bedekt is of alleen de ogen te zien zijn. De nadruk op boerka’s en nikabs draagt ons inziens bij aan stigmatisering van moslima’s.

 

Daarnaast vindt RADAR het kwalijk dat in een artikel van Algemeen Dagblad expliciet wordt gewezen op de mogelijkheid van een burgerarrest, wanneer iemand “zich stoort aan de boerka op een plek waar dat verboden is”. Een burgerarrest is in principe in alle gevallen van een strafbaar feit mogelijk. Het specifiek benadrukken of belichten van deze mogelijkheid in relatie tot dit verbod, roept de vraag op wat daarmee wordt beoogd. Een burgerarrest moet overigens in alle gevallen proportioneel zijn, onder meer gelet op de aard van het vergrijp. Als dat niet het geval is, en als niet aan andere specifieke voorwaarden van een burgerarrest voldaan wordt, is de bij het burgerarrest gebruikte dwang of geweld strafbaar. In geen enkel geval moedigt RADAR mensen aan om voor eigen rechter te spelen.

 

4. Wat kun je doen als je gevallen en gevoelens van discriminatie ervaart naar aanleiding van de wet?

Krijg je zelf te maken met discriminatie, intimidatie, islamofobie of andersoortige ongelijke behandeling naar aanleiding van de wet, de berichtgeving en de commotie die erop ontstond? Meld dit dan via www.radar.nl of de app Meld Discriminatie Nu. Alle gevallen en gevoelens van discriminatie kunnen worden doorgegeven. Gespecialiseerde klachtbehandelaars kunnen je bijstaan: niet alleen met een luisterend oor, maar ook met eventuele vervolgstappen zoals bemiddeling (met bijvoorbeeld een werkgever of schoolleiding) of een verzoek om een oordeel bij het College voor de Rechten van de Mens.

 

5. Wat kun je doen tegen discriminatie van boerka- of nikabdraagsters?

Mocht je getuige zijn van discriminatie of ongelijke behandeling van een boerka- of nikabdraagster, dan kun je ook dat melden. Je kunt namelijk ook namens een ander melden, of melding maken van een incident dat je gezien hebt. Melden is in alle gevallen goed, zodat antidiscriminatiebureaus beter zicht krijgen op de omvang van discriminatie, zowel in het algemeen als op specifieke gronden.

 

Verder kun je anderen aanspreken op negatieve uitlatingen op dit vlak. Op Twitter is de hashtag #boerkabuddies gelanceerd, waarbij mensen aanbieden een boerka- of nikabdraagster te vergezellen wanneer zij alleen de straat op moeten.

 

8 juli 2019

  • Zoeken

Naar boven